Sebald

april 1993
Zijn stoere snor die ook iets goedigs had,
de strenge wenkbrauwen vol weemoed,
zijn stem, zachtmoedig en toch dominant…
Zijn invitatie was getekend Max.
Mijn cadeau, The Times Obituaries,
verbaasd begroet: ‘Hoe weet jij dat?’
Zijn pastorie was geen toevalligheid,
zijn schrijfplek martelwerktuig; steeds terug
kwamen de pijnen in zijn rug. Zijn boek,
De emigrés, had niets gedaan. Het ging
over mogelijk gebroken mensen die,
omgeven door mysteries, noodlottig
hun einde vonden. Ik was heel lovend:
de mysteries rondom zijn personages
zouden later veel meer lezers vinden.
Maar Max, of Winfried, schudde slechts het hoofd.

14 december 2001
Bericht in wereldpers: W.G. Sebald
verongelukt. Dat deelwoord zo voltooid.
Details die later volgen omgeven
door mysteries. Wat hadden ze gezocht,
je personages? En jijzelf? Was jij,
ontdekkingsreiziger in doodlopend
verleden, in een moment van wanhoop,
dat noodlottig verdwijnpunt gepasseerd
en zo je eigen werk in gereden?
Niets ontziend, in die omstandigheden?

W.G. Sebald, 1944 – 2001

Geplaatst in Gedicht, Poëzie | Tags: | Een reactie plaatsen

Kruisbestuiving tussen schrijven en literair vertalen

Lezing gegeven op de Literaire Vertaaldagen, 9 december 2016, Amsterdam

Inleiding

Ik ga het hebben over de ‘kruisbestuiving’ tussen schrijven en literair vertalen. De schrijver en de vertaler in mij hebben in de loop der jaren op allerlei manieren van elkaar geleerd, en wel in een kluwen van hersenprocessen en invloeden over en weer. Maar er zijn wat lijnen in te ontdekken.

Eerst het volgende. Ik heb meer dan 50 boeken vertaald en 2 eigen romans gepubliceerd, Het ijzeren heden in 1998 en Hollandse fado  in 2000, beide bij uitgeverij Atlas. Dat lijkt een wel erg scheve verhouding. Dus moet ik maar verklappen dat ik nog een zestal romans geschréven heb, waarvan er volgens mij drie publicabel zijn. Verder zijn er nog tientallen romanplannen en romanbeginnen geweest. Dus zo scheef is de verhouding al met al niet.

Een kip-eiprobleem is er ook niet want ik wilde altijd schrijver worden. Mijn eerste vertaalklus, de voor een totale beginner veel te moeilijke essaybundel Reading Myself and Others van Philip Roth, nam ik behalve uit geldgebrek vooral aan omdat ik dacht zo dichter bij een schrijverschap te komen. Een typisch ‘shadow-artist’-motief – al wist ik dat toen nog niet. Je kunt dus zeggen dat ik vertaler ben geworden omdat ik schrijver wilde worden.

Ik denk dat ik in het begin van mijn vertaalloopbaan het vertalen zag als zijnde puur een ambacht. Ik snap zelf niet waarom, maar denk dat het kwam doordat ik er nooit goed over nadacht. Mede door het schrijven veranderde dat behoorlijk.

Schrijver  -> Vertaler

Volgens mij hebben de schrijver in me en het schrijfproces een bewustwording teweeggebracht van allerlei zaken, bijvoorbeeld:

  • dat een literaire vertaling ook een literair werk hoort te zijn, dus een kunstwerk (en dat hier maar weinig aandacht voor is)
  • dat rationele beheersing niet alleen van het schrijfproces maar ook van het vertaalproces zeer beperkt is, en dat de ratio of het intellect onontbeerlijk is, maar dienend moet zijn (meestal: controlerend in de zin van corrigerend)
  • en hieruit voortvloeiend: dat je het ambachtelijke zijn plaats moet geven maar niet te belangrijk mag kunt maken, en al helemaal niet doel op zich
  • dat je niet alleen vanuit je onbewuste schrijft, maar, als je er goed over nadenkt, ook vertáált
  • dat er over originele literaire teksten een soort tover lijkt te liggen die te maken moet hebben met de eigenaardigheden dus de originaliteit van de auteur, en dat je die tover ook bij literair vertalen zou moeten proberen te bewerkstelligen (bijv. door zoveel mogelijk van het creatieve schrijfproces over te nemen in je vertaalproces) en zo ver mogelijk uit de buurt te blijven van het tegendeel van die tover zoals we dat kennen van de grauwsluiervertaling
  • en een hiermee verwante ontdekking: het besef dat een vertaling net als een origineel ‘eigenaardig’ moet zijn, typisch voor de betreffende auteur
  • dat eerdergenoemde tover alleen te bereiken is door middel van inspiratie, zij het bij het vertalen natuurlijk niet inspiratie op scheppend gebied
  • dat zowel het geschrevene als het vertaalde vanwege de ongelooflijke complexiteit van het grotendeels onbewuste ontstaansproces maar in zeer beperkte mate zijn te verantwoorden
  • dat zowel schrijven als vertalen vanzelf dienen te gaan – dat je de controle zoveel mogelijk voor later moet bewaren en op je onbewuste vertrouwen, bijvoorbeeld zoals een koorddanser doet; gaat hij er bewust bij nadenken dan valt hij!
  • en tot slot, al is dit lijstje verre van volledig: dat literair vertalers wonderlijke wezens zijn omdat ze een onwaarschijnlijk groot geduld hebben om telkens weer invallen te beoordelen, af te keuren en te wachten tot er een nieuwe komt, en helemaal omdat ze een sterke, bewust opererende ratio weten te combineren met het creatieve – terwijl genoegzaam bekend is dat het rationeel-intellectuele voor het creatieve dodelijk kan zijn.

Vertaler  -> Schrijver

Maar de schrijver werd ook beïnvloed door de vertaler. Bijvoorbeeld:

  • als je boeken vertaalt en dan ook nog van verschillende schrijvers, dan neemt je arsenaal aan uitdrukkingsmogelijkheden enorm toe
  • van de grote schrijvers steek je natuurlijk van alles op op het gebied van het vakmatige, ze maken je bewust van allerlei mogelijkheden die je anders misschien nooit had ontdekt, en ze kunnen je beïnvloeden – aanvankelijk, bij auteurs als Vonnegut en Roth, was de invloed een soort verlamming, maar bijvoorbeeld Ishiguro’s onbetrouwbare verteller, de butler in De rest van de dag, leidde tot de onbetrouwbare verteller in mijn debuut Het ijzeren heden
  • vooral in het begin heeft mijn vertaalpraktijk me geleerd hoe belangrijk het ambachtelijke en het verzorgde voor een literaire tekst zijn, o.a. door goede persklaarmakers

Het vertalen leerde me dus vooral veel ambachtelijks, maar het bracht me ook geregeld op nieuwe ideeën. Ik herinner me één geval van een behoorlijk curieuze invloed.

‘Singeriaans’ en de eigen originaliteit

Het draaide allemaal om de term ‘Singeriaans’. Ik heb 11 boeken vertaald van Nobelprijswinnaar Isaac Bashevis Singer, die zijn werk wereldwijd uit het Engels liet vertalen. Hij was in het Jiddisch blijven schrijven, maar beschouwde de Jiddische versies kennelijk als een soort voorstadia. De Amerikaanse teksten waren in min of meerdere mate bewerkingen van het Jiddische origineel, gemaakt door Singer zelf in samenwerking met een hele rits aan typistes/vertaalsters die vaak voornamelijk zijn Engels verbeterden.

Maar mijn eerste Singer-vertaling was De slaaf, en ik had het geluk, vind ik, dat De slaaf vertaald was door de dichter Cecil Hemley. Nergens kreeg ik bij dat boek ook maar enigszins het gevoel dat ik een vertaling aan het vertalen was. Het was als een origineel, een prachtig origineel. De stijl gevat, scherp, met een bijtende humor en suggestieve ritmes in de zinnen. Precies ook zoals ik her en der over het Jiddisch van Singer gelezen had.

Dat bleek wel even anders met de volgende boeken die ik van Singer vertaalde. De Engelse tekst zakte regelmatig in door allerlei stroeve, houterige zinsdelen en  net niet helemaal gelukte en daardoor totaal mislukte sardonische formuleringen. De adequate vertalingen die ik daar aanvankelijk van maakte, stuitten me tegen de borst. Dat was niet de Singeriaanse stijl zoals ik die kende. Wat te doen?

Mijn context bestond inmiddels uit een groot deel van Singers werk, en ik had voortdurend ingevingen over wat naar mijn idee wél echt Singeriaans was. Dus begon ik, ik zag geen andere mogelijkheid, die ingevingen in mijn vertalingen te verwerken. Eerst  nog met heel veel schroom, later vrijmoediger. Het moest allemaal echt Singeriaans worden! Ik vertaalde dus niet altijd precies wat er stond, maar soms wat er volgens mij had moeten staan, bijvoorbeeld als Singer een goede vertaler had gehad dan wel zelf was geweest, of als hij in het Nederlands zou hebben geschreven. Ik nam dus meer vrijheden omdat ik o.a. van De slaaf wist wat echt Singeriaans was en een voor mij gebruikelijke precisie het werk in het Nederlands behoorlijk zou hebben bedorven. Een brief van mij was onbeantwoord gebleven en later bleek het helaas niet meer mogelijk met hem in contact te komen voor overleg omdat hij was overleden.

Die term ‘Singeriaans’ werd tijdens het werk aan al die Singer-vertalingen voor mij een toverwoord, dat ik ter bezwering in mijn aantekeningen en correcties gebruikte. En op het laatst dook het ook bij het schrijven op. Op een keer had ik werkend aan een roman een notitie gemaakt bij een passage die luidde ‘en dit dan Singeriaans!’. Met dat uitroepteken in het groot. Maar opeens dacht ik: waar ben je nou mee bezig? Dat moet ‘Kriekiaans’ zijn. En lachend om mezelf kraste ik het woord Singeriaans helemaal door en verving het door ‘Kriekiaans’. Dat was nog eens een stap, vond ik.

Zo had het vertalen me geleerd bij het schrijven als kompas mijn eigen eigenaardigheid, originaliteit te hanteren. Het is niet altijd leuk, maar voor een schrijver zit er gewoon niets anders op dan zoveel mogelijk te zijn wie je eigenlijk bent.

Logischerwijs begon ik ook bij het vertalen van andere auteurs meer mijn best te doen in het Nederlands net zo eigenaardig en dus origineel te zijn als de auteur.

De inval en het vanzelf vertalen

Beducht als de schrijver in me aanvankelijk was voor de mening van lezers, en helemaal voor een nog te vinden uitgever, wilde ik het schrijfproces zoveel mogelijk in de hand houden. Dat deed ik met aantekeningen, schema’s en alle mogelijk vermaningen aan mijn eigen adres, vergelijkbaar met het eerder vermelde ‘Singeriaans’.

Tot ik doorkreeg dat een situatie mogelijk bleek waarin ik zoveel mogelijk de  zelfgemaakte hulpmiddelen liet voor wat ze waren en veel meer op gevoel ging schrijven. Was mijn eerste roman nog met heel wat horten en stoten ontstaan, mijn tweede roman ontstond vrijwel in één continu doorlopend creatief proces. En het waren steeds de invallen die dat mogelijk maakten en ook de indruk gaven dat het allemaal vanzelf ging.

Ik bedacht dat je bij het vertalen net zo goed afhankelijk bent van je invallen. Het is niet denkbaar dat er ook maar één vertaald woordgroepje tot stand komt zonder inval, dwz zonder toedoen van het gevoel, de intuïtie, het onbewuste.

We kennen allemaal bij het vertalen het gevoel ‘erin te zitten’, waarbij uiteraard het woord ‘flow’ zich opdringt. Maar zou het vertaalproces juist ook in die richting niet te verbeteren zijn? Bijvoorbeeld door meer op het gevoel te vertalen? Kon het niet nog meer vanzelf gaan?

Dat bleek zeker mogelijk te zijn, maar met als groot nadeel dat je in het begin van een boek met extreem veel problemen blijft zitten en dat je moet wachten tot die zich gevoelsmatig, als vanzelf, oplossen. Een kwestie van er zo lang mogelijk met je reducerende intellect vanaf blijven dus.

En kon je niet meer doen om het eigenaardige, de originaliteit van de auteur in je vertalingen te herscheppen? Nou, als je van jouw affiniteit met schrijver en werk de hoogste prioriteit maakt, dan kun je, bijna als een schrijver, putten uit je eigen bronnen, je eigen eigenaardigheid, die immers heel dicht bij die van de auteur ligt.

Omdat dit alles me ook voor anderen interessant leek ben ik er twee jaar geleden opstellen over begonnen te schrijven, die je terug kunt vinden op mijn weblog: ‘Optimale overgave aan het onbewuste’, http://wp.me/p351Ow-g1 ‘Affiniteit!’, http://wp.me/p351Ow-ha ‘Literair vertalen en het intellectuele misverstand’ http://wp.me/p351Ow-hq , ‘Pleidooi voor goede literaire (vertaal)kritiek’, http://wp.me/p351Ow-hO (waarin o.a. betoogd wordt dat ook literaire vertalingen als literair kunstwerk serieus genomen en beoordeeld dienen te worden) en andere.

Zo werd vertalen voor mij van het zo-goed-mogelijk-volgen van het origineel (dat je dan hooguit kunt benaderen), een soort nabootsing dus, langzamerhand een veel spontaner, meer herscheppend proces, waarbij je als vertaler passief alle complexe hersenprocessen, voor het overgrote deel onkenbaar, zit te ondergaan, wachtend op de invallen, om die, ook weer in de eerste plaats gevoelsmatig, te beoordelen en alleen na voorlopige goedkeuring in te tikken en verder te gaan: kortom, een proces dat als vanzelf verloopt met taal- en vertaalgevoel als kompassen, en uiteraard een overmaat aan geduld.

In de praktijk viel het niet altijd mee. Het doorhakken van knopen, ofwel het forceren van oplossingen, zoals ik het nu zie, stelde ik veel meer dan vroeger uit. En dat leidde tot extreme situaties. Soms waren er niet 30 à 40 pagina’s nodig voor ik ‘erin’ zat. Vij Faulkners Absalom, Absalom! duurde het meer dan 100 dichtbedrukte pagina’s. Met verbazing zat ik het hele proces dag in dag uit aan te zien, moest soms lachen om de krankzinnige moeilijkheidsgraad van een pagina’s lange zin en behield toch vertrouwen, in de kennelijke overtuiging dat ik slechts een instrument was dat zich liet gebruiken door de creatieve krachten in die tekst, die bezit van me namen, op een deels vergelijkbare manier als bij een schrijver.

Een collega, een volgens mij zeer goede vertaler, vertelde me jaren geleden zijn methode: een snelle kladvertaling en dan een veel langduriger proces van nalezen en verbeteren. Ik weet nog dat ik er toen helemaal niets in zag. Maar nu zie ik dat zijn methode heel dicht ligt bij mijn uiteindelijke ideale methode, zoals beschreven in ‘Optimale overgave aan het onbewuste’. En zo denk ik dat veel collegae dingen in mijn verhaal zullen herkennen, maar op andere manieren tot hun inzichten zijn gekomen: het eindeloze geduld om vooral het creatieve niet te doden met voortijdige rationele ingrepen, en dat het vanzelf moet gaan en gaat.

Een voorbeeld van hoe hardnekkig misvattingen kunnen zijn, niet alleen bij mezelf, maar ook bij anderen, maakte ik een paar jaar geleden mee toen ik een journaliste op bezoek kreeg voor een interview over mijn vertaling van Faulkners Absalom, Absalom! Op een gegeven moment zei ze: ‘Wat een worsteling moet dat boek voor jou als vertaler geweest zijn!’ ‘Helemaal niet!’ riep ik uit. En ik legde haar uitgebreid uit hoe het werkelijk zat: dat alles in feite helemaal vanzelf was gegaan, dankzij alleen wel waanzinnig veel geduld en concentratie  – en toch, toen ik enkele dagen later het Haarlems Dagblad opensloeg las ik: ‘…wat een worsteling moet het geweest zijn dat razend moeilijke boek te vertalen’.

Resumerend

Terugkijkend zie ik bij mezelf twee benaderingen, twee houdingen t.o.v. het literaire werk: de meer ambachtelijke vertaler, die het, vooral in het begin, zag als iets wat vakbekwaam gedaan diende te worden, dus een nadruk op zonder-fouten, en de schrijver-vertaler die het ziet als kunstwerk, met een nadruk op geïnspireerd. En mijn vertaalloopbaan, ja, die laat zien dat ik steeds meer als een schrijver ben gaan vertalen, volgens mij vrijer in het ambachtelijke, preciezer in het artistieke.

Vertalers en schrijvers, wie zijn gelukkiger?

Het lijkt zo leuk, als schrijver van romans door het leven gaan. In periodes van inspiratie is  de schrijver de gelukkigste mens ter wereld (al heeft hij geen tijd om daarvan te genieten omdat hij als een bezetene werkt), maar voor het overige heeft het schrijversleven veel weg van een nachtmerrie met als hoofdhema wanhoop.

Als het met het schrijven niet wil is al gauw zijn hele romanproject in het geding. Duurt het wat langer dan raakt hij in een existentiële crisis. Als een boek af is, gaapt voor de schrijver het zwarte gat van het ontwende, zinloze ‘gewone leven’ zoals andere mensen dat leven. Verder kan zijn roman, waaraan hij een of meerdere jaren heeft gewerkt, simpelweg door de uitgever worden geweigerd. En dan is er ook de kritiek nog, die, toegegeven, ook voor vertalers pijnlijk kan zijn, maar voor de schrijver, die veel kwetsbaarder is en toch zijn nek nog veel verder uitsteekt, heeft een slechte kritiek iets vernietigends.

Ik was eind jaren ’90 mijn debuutroman aan het schrijven en in de wetenschap dat de in 2004 overleden vertaler/schrijver Gerard Rasch een keer een roman had geschreven, De angst van Hermafroditus (Amber, 1992), zei ik in een gesprek met hem: ‘En zelf schrijven?’ Hij vertelde toen dat hij vast van plan was om nooit meer iets zelf te schrijven. De reden waar ik verbaasd naar vroeg: de onwaarschijnlijk agressieve kritieken die hij had gekregen op die ene roman.

Al die problemen heeft een vertaler vrijwel niet. Het scheppende werk met alle literaire en existentiële leed eromheen is geleverd door de auteur. De vertaler heeft het kunstwerk kant-en-klaar toegestuurd gekregen, en kan zich er lekker mee uit de boze buitenwereld terugtrekken om het, zeker als hij er vanuit zijn affiniteit voor heeft gekozen, genietend in zijn eigen tempo te herscheppen.

Ja, vertalers hebben het maar goed bekeken. Vertalers zijn gelukkig te prijzen – tenzij je zo’n eerder genoemde ‘shadow-artist’ bent en je eigenlijk schrijver wilt zijn. Amor fati. Vertalers zijn gelukkiger.

We kunnen onszelf volgens mij wél ongelukkiger maken door in twee kampen te denken: de creatieven en de ambachtelijken. Ik vind dat een slecht idee; we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Ik zou mijn ontwikkeling als vertaler kunnen kenschetsen met ‘ambachtelijk lelijk eendje wordt herscheppend-kunstenaarzwaan’, maar juister is het om te zeggen dat die twee kanten van onze discipline, het ambachtelijke en het herscheppende-creatieve bij mij volgens mij steeds meer met elkaar in balans zijn gekomen. En dat wens ik onze hele beroepsgroep toe.

Geplaatst in Literair vertalen, Literaire kritiek, Literaire vertaalkritiek | Een reactie plaatsen

Apostrof tot een berk

Apostrof

O berkje, iel en moederziel, je kon
niet anders, moest wel groeien naar het licht
van zon. En waar je altijd rafelt,
tafelt nu je ziekte: straks ben jij een zerk.
Voor jou geen spel van licht en twijgen,
maar wel een beetje steun, en dit gedicht.
Bartho Kriek

 

GAlandART is een tweejaarlijks kunstevenement in het groene hart van Belgisch Limburg,  de Warmbeekvallei te Hamont-Achel. Over een wandel-fietsroute van 5 kilometer tonen een veertigtal kunstenaars uit verschillende disciplines hun kunstwerken in de natuur van Hamont-Achel onder het thema ‚Reifelen‘.

Bibi Kriek (www.kriekkeramiek.be) liet zich inspireren door een kale, iele berkenboom, die ondanks een fors kankergezwel getuigt van levensdrift en met zijn laatste takken omhoog reikt naar de zon. Deze boom verdient wel wat steun in de vorm van een keramisch korsetje, een steunbeen en koesterende armen. Een hart als liefdesverklaring maakt het compleet met het gedicht van Bartho Kriek.

Van 18 september tot 6 november 2016, Warmbeekvallei, vertrekpunt Mulke, Molendijk 45, Hamont-Achel, gratis toegang. www.galandart.be

 

Geplaatst in Poëzie | Tags: | Een reactie plaatsen

Pleidooi voor goede literaire (vertaal)kritiek

 

Ik heb mijn mottige paperback dicht gelaten en mij ondergedompeld in Faulkners Southern Gothic, herschreven in poldertaal. Na enkele pagina’s – ik was verbaasd dat ik niets van de roman had onthouden, zo direct ervoer ik de dwingende zinnen – viel een kartonnen kaart uit het boek. Het bleek een ‘leeshulp’, waarop puntsgewijs de chronologie van de ‘moeilijke’ eerste twee hoofdstukken wordt gegeven. Door de ‘leeshulp’ werd het boek opeens op afstand geplaatst, het leek alsof ik mij als lezer niet meer onbevangen in de tekst mocht wagen.

Gustaaf Peek over Faulkner, Het geluid en de drift, NRC, 4 december 2010

Mijn uit 2010 daterende vertaling van Faulkners ‘The Sound and the Fury’, of mijn persoon, mag hier dan enigszins het slachtoffer zijn, Peeks houding als criticus, die hijzelf hier treffend omschrijft, voldoet op pregnante wijze aan de eerste voorwaarde die je aan een criticus kunt stellen: dat hij zich voor het kunstwerk openstelt.
B.K.

 

Inleiding

Dit stuk wil een bijdrage zijn aan de kwaliteit van de literaire kritiek, waartoe ik ook de literaire vertaalkritiek reken. Zo’n bijdrage lijkt hard nodig gezien het niveau van veel literaire kritiek. Wat betreft voorbeelden van hoe het níet moet heb ik me beperkt omdat dit stuk geen verdediging of aanklacht is. Daarentegen heb ik aangegeven hoe het dan wél moet. Nieuw is volgens mij verder het inzicht dat ook literaire vertalingen in de eerste plaats als kunstwerk dienen te worden benaderd.

Inhoud:

  • Wat er mis is
  • Literaire cultuur
  • De praktijk van de literaire kritiek
  • Negatieve kritieken en positieve kritieken
  • Voorwaarden voor literaire (vertaal)kritiek
  • De discipline literair vertalen
  • Consequenties
    • Auteurs en vertalers…
    • De critici…
    • De redacties…
    • Het Nederlands Letterenfonds
  • Tot slot: wat dichters, prozaschrijvers en literair vertalers kunnen doen na een onrechtmatige bespreking of beoordeling.

Lees verder op literairnederland.nl:
http://www.literairnederland.nl/over-recenseren/

Geplaatst in Literair vertalen, Literaire kritiek, Literaire vertaalkritiek | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

3. Een wijs man

 
Omdat hij altijd vocht tegen zijn eigen domheden, zei men over hem: wat een wijs man, hij heeft zo veel begrip.

Zijn dierbaren wisten beter.

Geplaatst in Allerlei | Een reactie plaatsen

Cursus literair vertalen als herscheppende kunst

talentVanzelf

Alles over deze cursus-op-afstand is te vinden op de webpagina: http://bit.ly/1OLezSZ

 

Geplaatst in Literair vertalen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Talent voor literair vertalen?

talentVanzelf

omdat het vanzelf moet gaan

Voor veel beweringen en suggesties in dit stuk geldt dat ze bij benadering waar zijn. Dit ‘bij benadering’ betekent niet dat ze niet heel erg waar zijn of niet heel erg belangrijk. Dat zijn ze namelijk wel. Maar als het over de kunsten gaat, waaronder de kunst van het literair vertalen, zijn het benaderende, het ongrijpbare en het niet-precies-definieerbare onvermijdelijk. Precisie is inzake de kunsten een zeer subtiele en allesbehalve rationele zaak. Een tekening, bijvoorbeeld, kan ondanks en dankzij zijn schetsmatigheid onmetelijk veel preciezer[1] zijn dan een technische tekening of een foto.

Talenten, eigenschappen en vaardigheden

De ware literair vertaler beschikt over verbazingwekkend veel uiteenlopende en tegengestelde talenten, eigenschappen en vaardigheden. Een scherp omlijnd profiel van ‘de literair vertaler’ is met zo veel variabelen uiteraard niet te geven, een algemeen, onvolledig overzicht wel.

Schrijver

Een literair vertaler dient in de eerste plaats een schrijver te zijn[2]. Hij zal dan ook over veel kenmerken en eigenschappen beschikken waarover schrijvers doorgaans beschikken: de al dan niet bewuste overtuiging dat taal als kunstzinnig medium kan fungeren, een meer dan gemiddeld taalgevoel, gevoel voor stijl, en gevoel voor het onnadrukkelijke en suggestieve (om dingen aan de lezer te kunnen overlaten). Hij zal creatief zijn (en dus werken met invallen), hij zal kunstzinnig zijn en gedreven. Verder zal hij beschikken over elkaar gedeeltelijk overlappende zaken als inventiviteit (om tot vondsten te komen), toewijding zo niet opofferingsgezindheid (om het creatieve proces de tijd te geven die het nodig heeft), een eindeloos geduld (om de nuances van de tekst tot in de finesses tot zich door te laten dringen en daarvoor de juiste woorden in de doeltaal te vinden, ofwel om te wachten tot het eigen brein met oplossingen komt), een groot inlevingsvermogen (om tekst en personages in een empathisch proces dat zich razendsnel in het onbewuste voltrekt te kunnen invoelen en alle rollen als een soort acteur in de doeltaal te kunnen spelen), het vermogen los te laten (zodat de creatieve krachten vrij spel krijgen; denk ter vergelijking bijvoorbeeld aan de losse pols waarmee Jimi Hendrix de mooiste solo’s en overgangen speelde), en, hoe verborgen ook, een sterke gevoelsmatige instelling.[3]

Intellectueel

In de tweede plaats dient een literair vertaler een intellectueel te zijn. Hij moet dus iemand zijn die over een uitstekend denkvermogen beschikt en goed kan abstraheren (om ambachtelijke verworvenheden mee te nemen), hij moet kritisch en vasthoudend zijn (om de creatieve kant te controleren en in toom te houden), methodisch kunnen werken (om de zo belangrijke methode – zie hieronder – te kunnen toepassen), en een sterke rationele instelling hebben (om de eigen bedenksels met afstand te kunnen beoordelen).

We zijn gewend ‘ambachtelijk’ te associëren met ‘met-de-handen-werken’, maar bij literair vertalen is het ambachtelijke vooral een intellectuele zaak. De verworvenheden van de vertaalkunde en de vertaalwetenschap zijn grotendeels rationele constructies, die de literair vertaler moet begrijpen en voor zover mogelijk meenemen in zijn herscheppende vertaalprocessen.[4]

Overige kwaliteiten

Bij deze indeling schrijver-intellectueel blijken enkele onmisbare kwaliteiten buiten boord te vallen. Een schrijver hoeft bijvoorbeeld niet per se accuraat te zijn, maar een literair vertaler moet dat wel zijn, zij het niet op een angstvallige manier. Hetzelfde geldt voor iets als luistervaardigheid: een schrijver hoeft niet per se goed te kunnen luisteren, maar een literair vertaler wel (hij moet immers goed boeken en auteur kunnen aanvoelen).

Over onontbeerlijke zaken als concentratievermogen (niet gemakkelijk te kenschetsen maar enorm belangrijk), zelfdiscipline (om het werk gedaan te krijgen) en durf (om de eigen weg te gaan) dienen zowel de ‘schrijver’ als de ‘intellectueel’ te beschikken.

Talent en de methode

Er is iets opvallends aan de hand met bovenstaande opsomming van talenten en eigenschappen. Een literair vertaler moet goed kunnen loslaten én vasthoudend zijn (dit laatste o.a. om ondanks de talloze problemen door te zetten), een perfectionist zijn én een creatieveling, op zijn onbewuste kunnen vertrouwen én een kritisch intellect bezitten, een groot inlevingsvermogen hebben (om tot herschepping te komen) én goed kunnen abstraheren (om het resultaat kritisch te beoordelen), en een sterke rationele én een sterke gevoelsmatige instelling hebben. Met andere woorden, veel talenten en eigenschappen van de literair vertaler zijn elkaars tegengestelden en literair vertalers zijn vaten vol tegenstellingen. Ze hebben evenwel een manier gevonden, een methode, om hun tegengestelde kwaliteiten te benutten in plaats van ze elkaar te laten verstikken[5]. De methode dient de talenten en eigenschappen benodigd voor literair vertalen namelijk vrij te maken. Je talent komt er alleen uit als je een voor jou én de auteur die je vertaalt goede methode toepast. We kunnen stellen dat de methode van het grootste belang is, zo niet sine qua non.[6]

Talent en affiniteit[7]

Iets dergelijks als het feit dat je talent er pas uit komt bij een goede methode, speelt ook bij de affiniteit die de literair vertaler met zijn schrijver en diens werk heeft. Alleen bij grote affiniteit kan er geslaagd herscheppend werk ontstaan. Alleen bij grote affiniteit kan de eigen stijl van de literair vertaler voldoende in de buurt bij van die van de auteur zitten om goed herscheppend werk mogelijk te maken. En anderzijds kan iemand alle mogelijke talenten en eigenschappen benodigd voor herscheppend literair vertalen bezitten en toch hopeloos falen doordat hij boeken vertaalt die hem niet liggen – iets wat waarschijnlijk maar al te vaak gebeurt.

Smalle en brede vertalers

De titel van dit stuk bevat noodzakelijkerwijs een denkfout. Elke echte literair vertaler is beperkt, in die zin dat hij uitsluitend over de talenten en eigenschappen beschikt nodig om zíjn schrijvers/boeken te vertalen. Iemand kan in zo’n mate ‘schrijver’ zijn, en daardoor zo eigenaardig, dat hij als literair vertaler maar voor weinig, even eigenaardige schrijvers voldoende talent zal hebben. We kunnen hem een ‘smalle vertaler’ noemen. De smalle vertaler kan, als hij zich weet te beperken, tot de grootste hoogten stijgen. Aan de andere kant zijn er vertalers die zich met een zeer groot aantal schrijvers voldoende verwant voelen om ze herscheppend te vertalen. Het gevaar van het ambachtelijke[8] ligt dan uiteraard altijd op de loer, en deze ‘brede vertalers’ zie je dan ook soms wegzakken in de moerassen van productiviteit en ambachtelijkheid waar de ware herscheppende literaire vertaler zich verre van houdt om de eenvoudige reden dat het ware literaire vertalen niet puur een ambacht is maar een kunst.

Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tags ‘literair vertalen’ en ‘ondertitelen’, deel gaan uitmaken van mijn ‘Cursus literair vertalen als herscheppende kunst’ die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.

[1] Want sprekender of raker. De kunsten willen en kunnen met hun ‘bij benadering’ namelijk veel meer uitdrukken dan het rationele precieze.

[2] Met de kanttekening dat het scheppende en het oorspronkelijke twee kenmerken zijn die voor schrijvers opgaan, maar voor vertalers uiteraard niet.

[3] Een restrictie: schrijvers en vertalers beschikken over veel van deze eigenschappen voor hun boeken, maar lang niet altijd voor andere zaken en in andere levenssituaties. Zo kan een literair vertaler over een enorm geduld beschikken als hij een van zijn auteurs aan het vertalen is, en toch bekendstaan als een ongeduldig persoon.

[4] Maar dus niet tot automatisme maken, zoals ondertitelaars dienen te doen. Zie voor de gevaren en nadelen van een al te enthousiast beleden ambachtelijkheid o.a. mijn opstel ‘Literair vertalen en het intellectuele misverstand’, http://wp.me/p351Ow-hq.

[5] Zo zien we bij schrijvers in meer algemene zin vaak dat de ‘intellectueel’ en de ‘schrijver’ elkaar in de weg zitten. En verder is het heel goed denkbaar dat er literair vertalers zijn die hun talent hebben gesmoord met het intellectuele – in feite een gevolg van het ambachtelijke denken

[6] Ik verwijs hier naar mijn setje opstellen over de voor mij optimale methode: achtereenvolgens, omdat er een opbouw in zit: Hoe ik aan een vertaling begin – 1, http://bit.ly/1fTDA80 Hoe ik aan een vertaling begin – 2, http://wp.me/p351Ow-fF Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg en het belangrijkste: Optimale overgave aan het onbewuste, http://wp.me/p351Ow-g1. De methode die ik hierin demonstreer en propageer, hoeft niet per se voor iedereen en in alle gevallen de beste te zijn. Aan de andere kant ben ik erg benieuwd naar persoonlijke versies die niet uit rigiditeit voortkomen maar werkelijk goede alternatieven of persoonlijke verbeteringen genoemd kunnen worden.

[7] Zie mijn opstel Affiniteit!, http://wp.me/p351Ow-ha

[8] Het uit zich soms in de vorm van het streven of de pretentie ‘allround’ te zijn, maar een herscheppend kunstenaar zal nooit werkelijk allround kunnen of willen zijn. Van Dale zegt bij ‘allround’: ‘in alle opzichten bedreven, met alle voorkomende werkzaamheden bekend, synoniem: veelzijdig, vakbekwaam’.

Geplaatst in Literair vertalen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen