3. Een wijs man

 
Omdat hij altijd vocht tegen zijn eigen domheden, zei men over hem: wat een wijs man, hij heeft zo veel begrip.

Zijn dierbaren wisten beter.

Geplaatst in Allerlei, Flitsverhalen | Een reactie plaatsen

Cursus literair vertalen als herscheppende kunst

talentVanzelf

Alles over deze cursus-op-afstand is te vinden op de webpagina: http://bit.ly/1OLezSZ

 

Geplaatst in Cursus literair vertalen als herscheppende kunst, Literair vertalen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Talent voor literair vertalen?

talentVanzelf

omdat het vanzelf moet gaan

Voor veel beweringen en suggesties in dit stuk geldt dat ze bij benadering waar zijn. Dit ‘bij benadering’ betekent niet dat ze niet heel erg waar zijn of niet heel erg belangrijk. Dat zijn ze namelijk wel. Maar als het over de kunsten gaat, waaronder de kunst van het literair vertalen, zijn het benaderende, het ongrijpbare en het niet-precies-definieerbare onvermijdelijk. Precisie is inzake de kunsten een zeer subtiele en allesbehalve rationele zaak. Een tekening, bijvoorbeeld, kan ondanks en dankzij zijn schetsmatigheid onmetelijk veel preciezer[1] zijn dan een technische tekening of een foto.

Talenten, eigenschappen en vaardigheden

De ware literair vertaler beschikt over verbazingwekkend veel uiteenlopende en tegengestelde talenten, eigenschappen en vaardigheden. Een scherp omlijnd profiel van ‘de literair vertaler’ is met zo veel variabelen uiteraard niet te geven, een algemeen, onvolledig overzicht wel.

Schrijver

Een literair vertaler dient in de eerste plaats een schrijver te zijn[2]. Hij zal dan ook over veel kenmerken en eigenschappen beschikken waarover schrijvers doorgaans beschikken: de al dan niet bewuste overtuiging dat taal als kunstzinnig medium kan fungeren, een meer dan gemiddeld taalgevoel, gevoel voor stijl, en gevoel voor het onnadrukkelijke en suggestieve (om dingen aan de lezer te kunnen overlaten). Hij zal creatief zijn (en dus werken met invallen), hij zal kunstzinnig zijn en gedreven. Verder zal hij beschikken over elkaar gedeeltelijk overlappende zaken als inventiviteit (om tot vondsten te komen), toewijding zo niet opofferingsgezindheid (om het creatieve proces de tijd te geven die het nodig heeft), een eindeloos geduld (om de nuances van de tekst tot in de finesses tot zich door te laten dringen en daarvoor de juiste woorden in de doeltaal te vinden, ofwel om te wachten tot het eigen brein met oplossingen komt), een groot inlevingsvermogen (om tekst en personages in een empathisch proces dat zich razendsnel in het onbewuste voltrekt te kunnen invoelen en alle rollen als een soort acteur in de doeltaal te kunnen spelen), het vermogen los te laten (zodat de creatieve krachten vrij spel krijgen; denk ter vergelijking bijvoorbeeld aan de losse pols waarmee Jimi Hendrix de mooiste solo’s en overgangen speelde), en, hoe verborgen ook, een sterke gevoelsmatige instelling.[3]

Intellectueel

In de tweede plaats dient een literair vertaler een intellectueel te zijn. Hij moet dus iemand zijn die over een uitstekend denkvermogen beschikt en goed kan abstraheren (om ambachtelijke verworvenheden mee te nemen), hij moet kritisch en vasthoudend zijn (om de creatieve kant te controleren en in toom te houden), methodisch kunnen werken (om de zo belangrijke methode – zie hieronder – te kunnen toepassen), en een sterke rationele instelling hebben (om de eigen bedenksels met afstand te kunnen beoordelen).

We zijn gewend ‘ambachtelijk’ te associëren met ‘met-de-handen-werken’, maar bij literair vertalen is het ambachtelijke vooral een intellectuele zaak. De verworvenheden van de vertaalkunde en de vertaalwetenschap zijn grotendeels rationele constructies, die de literair vertaler moet begrijpen en voor zover mogelijk meenemen in zijn herscheppende vertaalprocessen.[4]

Overige kwaliteiten

Bij deze indeling schrijver-intellectueel blijken enkele onmisbare kwaliteiten buiten boord te vallen. Een schrijver hoeft bijvoorbeeld niet per se accuraat te zijn, maar een literair vertaler moet dat wel zijn, zij het niet op een angstvallige manier. Hetzelfde geldt voor iets als luistervaardigheid: een schrijver hoeft niet per se goed te kunnen luisteren, maar een literair vertaler wel (hij moet immers goed boeken en auteur kunnen aanvoelen).

Over onontbeerlijke zaken als concentratievermogen (niet gemakkelijk te kenschetsen maar enorm belangrijk), zelfdiscipline (om het werk gedaan te krijgen) en durf (om de eigen weg te gaan) dienen zowel de ‘schrijver’ als de ‘intellectueel’ te beschikken.

Talent en de methode

Er is iets opvallends aan de hand met bovenstaande opsomming van talenten en eigenschappen. Een literair vertaler moet goed kunnen loslaten én vasthoudend zijn (dit laatste o.a. om ondanks de talloze problemen door te zetten), een perfectionist zijn én een creatieveling, op zijn onbewuste kunnen vertrouwen én een kritisch intellect bezitten, een groot inlevingsvermogen hebben (om tot herschepping te komen) én goed kunnen abstraheren (om het resultaat kritisch te beoordelen), en een sterke rationele én een sterke gevoelsmatige instelling hebben. Met andere woorden, veel talenten en eigenschappen van de literair vertaler zijn elkaars tegengestelden en literair vertalers zijn vaten vol tegenstellingen. Ze hebben evenwel een manier gevonden, een methode, om hun tegengestelde kwaliteiten te benutten in plaats van ze elkaar te laten verstikken[5]. De methode dient de talenten en eigenschappen benodigd voor literair vertalen namelijk vrij te maken. Je talent komt er alleen uit als je een voor jou én de auteur die je vertaalt goede methode toepast. We kunnen stellen dat de methode van het grootste belang is, zo niet sine qua non.[6]

Talent en affiniteit[7]

Iets dergelijks als het feit dat je talent er pas uit komt bij een goede methode, speelt ook bij de affiniteit die de literair vertaler met zijn schrijver en diens werk heeft. Alleen bij grote affiniteit kan er geslaagd herscheppend werk ontstaan. Alleen bij grote affiniteit kan de eigen stijl van de literair vertaler voldoende in de buurt bij van die van de auteur zitten om goed herscheppend werk mogelijk te maken. En anderzijds kan iemand alle mogelijke talenten en eigenschappen benodigd voor herscheppend literair vertalen bezitten en toch hopeloos falen doordat hij boeken vertaalt die hem niet liggen – iets wat waarschijnlijk maar al te vaak gebeurt.

Smalle en brede vertalers

De titel van dit stuk bevat noodzakelijkerwijs een denkfout. Elke echte literair vertaler is beperkt, in die zin dat hij uitsluitend over de talenten en eigenschappen beschikt nodig om zíjn schrijvers/boeken te vertalen. Iemand kan in zo’n mate ‘schrijver’ zijn, en daardoor zo eigenaardig, dat hij als literair vertaler maar voor weinig, even eigenaardige schrijvers voldoende talent zal hebben. We kunnen hem een ‘smalle vertaler’ noemen. De smalle vertaler kan, als hij zich weet te beperken, tot de grootste hoogten stijgen. Aan de andere kant zijn er vertalers die zich met een zeer groot aantal schrijvers voldoende verwant voelen om ze herscheppend te vertalen. Het gevaar van het ambachtelijke[8] ligt dan uiteraard altijd op de loer, en deze ‘brede vertalers’ zie je dan ook soms wegzakken in de moerassen van productiviteit en ambachtelijkheid waar de ware herscheppende literaire vertaler zich verre van houdt om de eenvoudige reden dat het ware literaire vertalen niet puur een ambacht is maar een kunst.

Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tags ‘literair vertalen’ en ‘ondertitelen’, deel gaan uitmaken van mijn ‘Cursus literair vertalen als herscheppende kunst’ die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.

[1] Want sprekender of raker. De kunsten willen en kunnen met hun ‘bij benadering’ namelijk veel meer uitdrukken dan het rationele precieze.

[2] Met de kanttekening dat het scheppende en het oorspronkelijke twee kenmerken zijn die voor schrijvers opgaan, maar voor vertalers uiteraard niet.

[3] Een restrictie: schrijvers en vertalers beschikken over veel van deze eigenschappen voor hun boeken, maar lang niet altijd voor andere zaken en in andere levenssituaties. Zo kan een literair vertaler over een enorm geduld beschikken als hij een van zijn auteurs aan het vertalen is, en toch bekendstaan als een ongeduldig persoon.

[4] Maar dus niet tot automatisme maken, zoals ondertitelaars dienen te doen. Zie voor de gevaren en nadelen van een al te enthousiast beleden ambachtelijkheid o.a. mijn opstel ‘Literair vertalen en het intellectuele misverstand’, http://wp.me/p351Ow-hq.

[5] Zo zien we bij schrijvers in meer algemene zin vaak dat de ‘intellectueel’ en de ‘schrijver’ elkaar in de weg zitten. En verder is het heel goed denkbaar dat er literair vertalers zijn die hun talent hebben gesmoord met het intellectuele – in feite een gevolg van het ambachtelijke denken

[6] Ik verwijs hier naar mijn setje opstellen over de voor mij optimale methode: achtereenvolgens, omdat er een opbouw in zit: Hoe ik aan een vertaling begin – 1, http://bit.ly/1fTDA80 Hoe ik aan een vertaling begin – 2, http://wp.me/p351Ow-fF Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg en het belangrijkste: Optimale overgave aan het onbewuste, http://wp.me/p351Ow-g1. De methode die ik hierin demonstreer en propageer, hoeft niet per se voor iedereen en in alle gevallen de beste te zijn. Aan de andere kant ben ik erg benieuwd naar persoonlijke versies die niet uit rigiditeit voortkomen maar werkelijk goede alternatieven of persoonlijke verbeteringen genoemd kunnen worden.

[7] Zie mijn opstel Affiniteit!, http://wp.me/p351Ow-ha

[8] Het uit zich soms in de vorm van het streven of de pretentie ‘allround’ te zijn, maar een herscheppend kunstenaar zal nooit werkelijk allround kunnen of willen zijn. Van Dale zegt bij ‘allround’: ‘in alle opzichten bedreven, met alle voorkomende werkzaamheden bekend, synoniem: veelzijdig, vakbekwaam’.

Geplaatst in Cursus literair vertalen als herscheppende kunst, Literair vertalen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Literair vertalen en het intellectuele misverstand

Inleiding

Literair vertalen werd tot voor kort algemeen beschouwd als een ambacht dat door ieder met enig talent viel aan te leren[1]. Men meende dat een beginnende literair vertaler niet meer hoefde te doen dan alle regels bestuderen en nauwgezet toepassen om tot excellente literaire vertalingen te kunnen komen. Een denkbeeldige, puur ambachtelijke literaire vertaler zou voortdurend fragmentjes origineel lezen, met zijn ratio alle regels erbij halen, zich strikt houdend aan diezelfde regels al redenerend tot een fragmentje proefvertaling komen en uiteindelijk telkens, welbewust en rationeel, zijn vertaalbeslissingen nemen en die ook kunnen verantwoorden.

Dit is het intellectuele misverstand uit de titel van dit stuk[2]. In deze rationele zienswijze ontbreekt sowieso ‘de inval’, een onontbeerlijke schakel. De ratio heeft om te gaan redeneren en beoordelen altijd minimaal de inval nodig, en de inval komt uit het oncontroleerbare, subjectieve onbewuste. Hieronder zal ik aangeven dat er nog veel meer gevoelsmatigs en intuïtiefs gebeurt in het herscheppende vertaalproces. De taal beweegt zich daarbij niet alleen voor, maar ook op, en ver over de grens tussen bewuste en onbewuste. Nog afgezien van het feit dat alle in de loop der tijd verzamelde vertaalregels, hoe nuttig ook, een zeer beperkte aanvulling zijn op wat het taalgevoel en in het verlengde daarvan het vertaalgevoel allemaal in het onzichtbare onbewuste van het vertalersbrein vermogen, is het eenvoudigweg niet denkbaar dat er ook maar één vertaald woordgroepje tot stand komt zonder inbreng van het gevoel, de intuïtie, het onbewuste.

Voor alle duidelijkheid: de ambachtelijke regels zijn een verworvenheid van het literair vertalen, het zijn brokstukken theorie, in het verleden door vertalers en vertaalwetenschappers ontwikkeld en, na beoordeeld te zijn als valide, tot regels gepromoveerd. Die regels vormen inmiddels een uitstekende bijdrage aan opleidingen literair vertalen (zoals grammatica’s een uitstekende bijdrage zijn aan taalopleidingen) en kunnen dienen ter bewaking van wat volgens mij als ultiem minimumniveau van literaire vertalingen zou moeten gelden, namelijk dat ze ambachtelijk in orde zijn (waarmee overigens niet bedoeld is foutloos; het blijft mensenwerk). Ongetwijfeld zal het collectieve arsenaal van ambachtelijke regels voortdurend verder uitgebreid worden, en literair vertalers dienen die regels uiteraard te omhelzen en in hun vertaalpraktijk mee te nemen. Maar wat we vooral niet moeten denken, is dat de regels alles zouden zijn, zoals wél het geval is bij een feitelijk ambacht. En we zouden dus ook niet meer moeten pogen, denken of pretenderen puur vanuit de regels te werken.

Het herscheppende vertaalproces en de rol van het ambachtelijke

Het heeft aantrekkelijke kanten om literair vertalen te beschouwen als een ambacht of vak. Je kunt dan zeggen dat je degelijk opgeleid bent, dat je keihard werkt, dat je net als timmerlieden en loodgieters recht hebt op een goede beloning enzovoort. Het is zelfs zo dat je als vertaler houvast in het ambachtelijke kunt vinden, waarbij het ambachtelijk adequate tot doel wordt. In het verleden hebben we gezien hoe het ambachtelijke van absolute ondergrens hier en daar zelfs is geëvolueerd tot kwalitatieve bovengrens. Dit geeft al aan dat de opvatting ‘literair vertalen is (puur) een ambacht’ de beroepsgroep in het verleden veel schade heeft gedaan.

De werkelijkheid is dat de herscheppende literair vertaler het intellect in eerste instantie zoveel mogelijk buitenspel zet, wat extra moeilijk is door het arsenaal aan ambachtelijke omzettingen waarover hij met zijn ervaring beschikt. Hij dient elke intellectuele beheptheid af te leggen en er zo ontspannen, onbevangen en geconcentreerd mogelijk voor te gaan zitten, zodat het literaire vertaalproces, op de vingerbewegingen van het typen na, zoveel mogelijk vanzelf gaat – het zijn dan uitsluitend zijn grijze cellen die, onwillekeurig en spontaan, overuren maken.

Dit is nog altijd een zeer oppervlakkige beschrijving. Hoe het literair vertaalproces dan precies verloopt, is niet makkelijk uit te leggen, o.a. omdat we het niet precies kunnen weten. Ik heb het in vier recent gepubliceerde opstellen proberen te demonstreren[3], en zal het hier verder slechts omschrijven.

Voor een herscheppende literair vertaler is niet het intellect het primaire gereedschap, maar het onbewuste, het instinct, de intuïtie, de creativiteit, net als bij een schrijver of welke kunstenaar dan ook. Het intellect wordt vooraf, tussendoor en achteraf benut om research te doen, om al of niet in samenspraak met de intuïtie vertaalbeslissingen af te keuren of door te laten (goedkeuren kan het intellect niet omdat het daartoe de artistieke bevoegdheid mist), om de eigen redeneringen welbewust los te laten (wat het intellect uiteraard niet op eigen houtje kan) zodat nieuwe invallen kunnen plaatsvinden, om deze weer aan de intuïtie ter goedkeuring voor te leggen (we spreken dan bijvoorbeeld van ‘op de tong proeven’) en ze vervolgens al of niet toe te laten enzovoort in het eeuwige heen-en-weer tussen intellect en onbewuste. Korter gezegd: de vertaler leeft zich in in het origineel, laat in een proces dat wel wat wegheeft van brainstormen toe wat uit zijn onbewuste opborrelt, en beoordeelt telkens achteraf met het intellect of de opgeborrelde variant om een of andere reden niet toch moet afvallen. Meestal is het creatieve deel van het proces positief (de invallen) en het rationele, ambachtelijke negatief (bijv. ‘dit is daarom niet goed, ik moet wachten tot er iets beters bij me opkomt’). Ieder kan gemakkelijk bij zichzelf nagaan hoe het in zijn werk gaat: een vrijwel identiek proces vindt immers plaats als we gewoon met elkaar praten, spontaan vanuit het onbewuste maar op subtiele wijze voortdurend controlerend met de ratio. Ook het schrijfproces werkt zo, en de literair vertaler kan misschien nog het beste beschouwd worden als een schrijver met een origineel als houvast en leidraad.

Literair vertalen is herscheppende kunst

Literaire werken zijn kunstwerken. In en door deze kunstwerken wordt oneindig veel meer uitgedrukt, gebeurt oneindig veel meer, dan de altijd relatief oppervlakkige intellectuele beschouwing of taalkundige beschrijving ooit aan het licht zal kunnen brengen. Net als bij andere kunstwerken onttrekt de werking ervan zich grotendeels aan het rationele begripsvermogen. Literaire werken zullen zich dan ook niet door het intellect in kaart laten brengen en langs die weg in een andere taal reproduceren. Literaire werken kunnen alleen goed in een andere taal overgebracht worden via een proces van herschepping, met alle subjectiviteit, rationaliteit en oncontroleerbaarheid vandien.

De vergelijking met de muziek en de uitvoerende musicus is een inzichtelijke[4]. De muziek, die gebruik maakt van onze toonsystemen en zoiets natuurlijks als geluid, is grotendeels gevrijwaard gebleven van de imperatief van de discursieve rationaliteit. Bij de muziek treffen we een situatie aan die we bij de literatuur en bij het literair vertalen hersteld zouden willen zien. Stel je voor dat musici en muziekcritici het ambachtelijke misverstand zouden omhelzen: een uitvoerend musicus die gaat zeggen dat hij puur ambachtelijk werkt, d.w.z. precies op de juiste, door de componist aangegeven momenten de tonen aanslaat, de dynamiek van een compositie puur rationeel uitvoert, met andere woorden, als een boekhouder of een soort automaat – we beseffen allemaal dat dat totaal absurd is en dat op dergelijke wijze uitgevoerde muziek onmogelijk recht kan doen aan het werk. Geen mens denkt dat als iemand alle ambachtelijke kanten van het cellospelen onder de knie heeft, hij of zij een excellent cellist is. Niemand denkt dat als een saxofonist alle licks leert die er ooit gespeeld zijn, hij zal kunnen spelen als een John Coltrane. Geen uitvoerend musicus zal zichzelf ooit ‘vakbekwaam’ of ‘volleerd’ noemen. En geen zichzelf respecterend musicus zal werk uitvoeren van componisten met wie hij geen affiniteit[5] heeft. Het talent, de toewijding, de beleving, de zeggingskracht, de drang tot communiceren van het normaal niet-communiceerbare, al die zaken die we misschien kunnen samenvatten met de term ‘het kunstzinnige’, is en blijft bij muziek de hoofdzaak. En precies zo zou het moeten zijn bij het literair vertalen.

De schadelijkheid van het oude paradigma

Het oude paradigma van literair vertalen als puur een ambacht heeft misschien nog steeds aanhangers, al lijkt het mij waarschijnlijker dat veel literair vertalers – net als ikzelf tot voor kort – dit oude paradigma onbewust lippendienst bewijzen maar in werkelijkheid ‘gewoon’ herscheppende vertalers zijn. Soms lijkt het oude paradigma, verleidelijk als het is, er weer in te sluipen – de vertaler kan een beoordeling door de beursverlenende instantie in gedachten gaan houden, hij kan menen zijn vertaalkeuzes te kunnen verantwoorden[6], beoordelaars kunnen zich beperken tot het ambachtelijke en tot een keurig verantwoord oordeel komen, en vertaalcritici kunnen er de zo vaak volkomen ten onrechte nagestreefde objectiviteit mee pretenderen. En verder is er natuurlijk de kwalitatieve schade als het ambachtelijke van absolute ondergrens tot kwalitatieve bovengrens wordt, een punt dat ik al eerder aanstipte.

Opdeling in ambachtelijk en herscheppend

Hoewel in de praktijk van het literair vertalen het ambachtelijke en het herscheppende in elkaar overlopen en met elkaar vervlochten zijn[7], zou het volgens mij goed zijn om het literair vertalen in opleidingen, bij beoordelingen ten behoeve van beurzen, in de literaire vertaalkritiek en in het denken over literair vertalen, op te delen in een ambachtelijk deel en een herscheppend deel. Het ambachtelijke, zoals bijvoorbeeld behandeld in Langevelds Vertalen wat er staat, is voor mensen met aanleg aan te leren en omvat in feite alle intellectuele kennis over literair vertalen in de vorm van regels waar vertalingen aan dienen te voldoen. Het herscheppende, kunstzinnige omvat zaken als talent, affiniteit, toon en stijl, dictie, suggestiviteit, diepere werking, tover, kortom, allemaal in grote mate subjectieve, niet-wetenschappelijk-controleerbare zaken, waarover de meningen dus kunnen verschillen.

Door zo’n scheiding aan te brengen wordt het enerzijds mogelijk om aan te geven of een vertaling boven de kwalitatieve ondergrens uitstijgt, en anderzijds om aandacht te geven aan die zo kwetsbare, onmogelijk te objectiveren, maar essentiële en allerbelangrijkste andere kant van het literair vertalen: het artistieke of kunstzinnige. En passant zouden we dan voortaan het misverstand vermijden dat een louter vakkundige literaire vertaling een geslaagde zou kunnen zijn, en gunnen we niet in de laatste plaats de literaire vertaalkritiek die die naam verdient dan eindelijk de subjectiviteit die voor haar een sine qua non is en zonder welke ze zich steevast verliest in de onzinnigheden van de schijnobjectiviteit.

Noten

[1] In Langeveld, Vertalen wat er staat, dat al jaren beschouwd wordt als handboek van het literaire vertalen staat op p. 11 letterlijk: ‘mits enige aanleg aanwezig is’.

[2] Als je er goed over nadenkt, is dit intellectuele misverstand van dezelfde orde als het idee dat iemand, die schrijver of dichter wil worden, alleen maar Lodewicks Literaire kunst goed hoeft te bestuderen om, mits enige aanleg aanwezig, schrijver of dichter te worden.

[3] Hoe ik aan een vertaling begin – 1, http://bit.ly/1fTDA80 Hoe ik aan een vertaling begin – 2, http://wp.me/p351Ow-fF Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg en Optimale overgave aan het onbewuste, http://wp.me/p351Ow-g1

[4] Dit geldt uitsluitend bij benadering. Een precieze correspondentie is er niet en beoog ik hier dus ook niet weer te geven. Dat zou maar weer meer intellectueel misverstand betekenen.

[5] Zie mijn opstel Affiniteit!, http://wp.me/p351Ow-ha

[6] Tot voor kort hanteerde ik achter in sommige van mijn vertalingen de term ‘Verantwoording’, wat maar weer illustreert hoe hardnekkig het oude, ambachtelijke denken is. Onlangs kon ik de term door een herdruk achter in Absalom, Absalom! door ‘Toelichting’ vervangen, en een zucht van opluchting slaken. Je moet er ook niet aan denken dat je je ambachtelijk over je vertaling zou moeten laten bevragen terwijl de miljoenen overwegingen en afwegingen van het vertaalproces in de verste verte niet meer zijn terug te halen. Bij de vraag ‘Waarom heb je dat en dat zo en zo vertaald?’ kan de literair vertaler misschien nog het beste zeggen: ‘Al sla je me dood, dat weet ik niet meer.’

[7] Zie mijn stuk Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg

 

Opmerking: Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tags ‘literair vertalen’ en ‘ondertitelen’, deel gaan uitmaken van mijn ‘Cursus literair vertalen als herscheppende kunst’, die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.

Geplaatst in Literair vertalen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Herscheppend vertalen en de inleving

‘Men ziet dat de overeenkomst op woord- of syntactisch niveau niet altijd te bespeuren is […] Maar wat een effect! Het is of de vertaler met in zijn achterhoofd globaal een idee van de mededeling die hij moest weergeven, in de huid van zo’n dame is gekropen en met haar mond spreekt.[…] Vroeger stelde men aan vertalers wel de eis dat ze moesten vertalen zoals de schrijver van het origineel ‘het in de doeltaal zou formuleren’. Een eis die even absurd is als… […] …hier krijgt men het idee dat deze vertaling … dit ideaal benadert.’
Arthur Langeveld[1]

zo of zo

Het motto boven dit stuk komt uit wat in mijn ogen een van de meest opmerkelijke passages is in Langevelds Vertalen wat er staat. Wie de hele passage leest krijg het idee dat Langeveld hier worstelt met zijn eigen bewondering, en met flink wat tegenzin erkent dat een vertaler langs een dergelijke niet-rationele weg tot een excellente vertaling kan komen[2]. De passage behelst in feite een pregnante beschrijving van het herscheppende vertaalproces (afgezien van het woord ‘globaal’, want herscheppend vertalen kan op een bepaalde manier juist heel precies en raak zijn).

Het herscheppende vertaalproces

Oppervlakkig bezien, en kort weergegeven, verloopt elk vertaalproces zo: je leest een stukje originele tekst en tijdens en na het lezen krijg je almaar invallen aangaande hoe dat stukje te vertalen. Die invallen beoordeel je gevoelsmatig en rationeel om dan vervolgens tot een stukje geschreven of getypte tekst te komen. Ook bij gewoon vertalen speelt het onbewuste dus al een rol, wat ook af te leiden valt uit het begrip ‘inval’: plotseling (uit het onbewuste) opkomende gedachte.

Bij het herscheppende vertaalproces gebeurt er telkens nóg iets: je leeft je in in de tekst, in de spreker, in de situatie, in de context, in de auteur, in de tijd waarin de tekst speelt, in de toon en stijl enzovoort, en reproduceert vervolgens wat jij in die situatie zou zeggen. Leef je je telkens goed in (of zorg je dat je voortdurend in ingeleefde toestand verkeert), dan vallen alle foute, detonerende invallen vanzelf onmiddellijk af. Leef je je niet of niet goed in, dan belanden er dingen in je vertaling die door een dergelijke spreker of verteller in de bewuste situatie en context om talrijke redenen nooit zo zouden worden gezegd en produceer je ‘vertalerismen’[3], die de werkelijkheidsillusie van een tekst verstoren en eenzelfde effect hebben als een poppenkastspeler die per ongeluk zijn handen of zijn gezicht aan het publiek toont.

Ondertiteling

Ik geef al meer dan tien jaar ondertitelcursussen via internet en aan ITV-Hogeschool Utrecht, en al die tijd ging mijn denken over literair vertalen steeds meer en steeds overtuigder de kant op ‘herscheppend vertalen’. Toch bleef ik lang blind voor de interessante en belangrijke overeenkomst tussen ondertitelen en literair vertalen. Pas onlangs brak bij mij ineens het besef door: ‘Ondertitelen is ook herscheppend vertalen!’

Omdat ondertitels de kijker niet mogen storen en bij de kijker zelfs de illusie dienen te wekken dat zij al het gesprokene (meestal Engels) op eigen houtje verstaan en begrijpen, moeten ze zo onzichtbaar mogelijk zijn. Omdat de kijker weinig leestijd tot zijn beschikking heeft, moeten ondertitels bovendien uiterst helder en snel begrijpelijk zijn. Om deze en nog andere redenen bestaan ondertitels goeddeels uit standaardtaal – wat meteen ook het grote verschil is met literair vertalen, waarbij standaardtaal[4] immers goeddeels uit den boze is.

Omdat het herscheppende aspect bij het literair vertalen zo lang onderbelicht is gebleven en ook wel terzijde geschoven en genegeerd, is het interessant om dit aspect aan de hand van het ondertitelvak nader te bekijken. Neem de volgende veel voorkomende Engelse uitspraken, gevolgd door vaak uitgezonden ondertitels:

Keep the change – Hou het wisselgeld maar. ( tegen bijv. een taxichauffeur)

Call me John – Noem me maar John. (tegen iemand die Mr wil blijven zeggen)

It’s just… – Het is alleen… (het aarzelende begin van een tegenwerping)

What’s the difference?Wat is het verschil?

Can I come? Mag ik komen?

Do you remember?Herinner je je nog?

Waarom zijn deze simpele Nederlandse vertalingen, net als andere die we dagelijks in zo groten getale op de buis voorbij zien komen, zo erg fout? Er zijn er die ze verdedigen als correcte vertalingen, maar geen normale Nederlander bezigt ze (tenzij ze zo vaak op tv verschijnen dat normale Nederlanders ze gaan nabauwen – wat inderdaad wel gebeurt). En de reden waarom gewone Nederlanders ze niet bezigen is dat zij zich in ingeleefde toestand bevinden: zij zitten (in tegenstelling tot sommige ondertitelaars) met heel hun bewustzijn in de situatie en context waarin ze hun taaluitingen doen. Hun taaluitingen zijn ingebed in de realiteit en daardoor volkomen natuurlijk.

Een goede ondertitelaar leeft zich (net als een goede vertaler) voortdurend in in die realiteit, in sprekers en personages, in hun complexe gemoedstoestanden, in sociale contexten, in de tijd waarin iets speels, maar ook in voice-over-insprekers en zelfs in de makers van films en documentaires zelf. En een ondertitelaar die zich goed inleeft, produceert in bovengenoemde gevallen altijd als vanzelf, net als trouwens sprekers in het werkelijke leven, de volgende goede oplossingen, namelijk natuurlijke, herscheppende vertalingen als:

Laat maar zitten.

Zeg maar John.

Alleen…

Wat maakt het uit?

Mag ik mee?

Weet je nog?

Nu zijn dit eenvoudige voorbeelden, zo simpel dat het bijna niet te begrijpen is dat de foute versies, geproduceerd door professionals, dagelijks op tv kunnen verschijnen. Maar goede ondertitelaars doen nog meer en gaan verder. Om dit duidelijk te maken hieronder een vijftal voorbeelden van Engelse uitspraken gevolgd door een vertaling waar op het eerste gezicht niets mis mee lijkt te zijn:

What’s going on here?
Wat is hier aan de hand?

Please don’t start.
Begin nou niet.

He’s under a lot of pressure.
Hij staat onder grote druk

How was your date?
Hoe was je date?

I don’t believe that.
Dat geloof ik niet.

Deze vertalingen lijken correct maar als je kijkt hoe het corpus van de Nederlandse taal erin wordt gebruikt ten opzichte van de brontaal, dan krijg je het volgende beeld:

inleving1Er wordt bij dit soort correct lijkende vertalingen voortdurend gekozen uit woorden en uitdrukkingen die dicht tegen de brontaal aan liggen. Het Nederlands wordt dus slechts in beperkte mate benut, en de stelling valt te verdedigen (helemaal als je frequentiematig gaat vergelijken met het in de realiteit gebruikte, natuurlijke Nederlands) dat een vertaling die volledig uit dit soort randvertalingen bestaat, hoe correct en adequaat lijkend ook, geen goede vertaling is maar een arme, vervlakkende vertaling, zelfs een Anglicistisch getinte vertaling.

Gesteld dat we de lat hoog willen leggen, hoe dat nu te ondervangen? Dat kan alleen door als ondertitelaar (en vertaler) meer vrijheden te nemen en voor andere, meer situatiespecifieke oplossingen te kiezen. In bepaalde contexten, waar bovenstaande mededelingen op bijpassende specifieke toon gedaan worden, zijn bijvoorbeeld de volgende oplossingen mogelijk:

What’s going on here?
Wat is hier aan de hand?         Wat is dit voor onzin? / Wat krijgen we nou?

Please don’t start.
Begin nou niet.                           Hou even op, zeg.

He’s under a lot of pressure.
Hij staat onder grote druk.       Hij heeft veel aan zijn hoofd.

How was your date?
Hoe was je date?                        Leuke avond gehad?

I don’t believe that.
Dat geloof ik niet.                      Dat lijkt me stug.

Ondertitelaars die op bovenstaande wijze, al naar gelang de context, specifiek vertalen, kunnen zo veel rakere teksten produceren en veel meer het ideale vertaalproces benaderen van waarachtig herscheppen wat de spreker in de brontaal zegt, waarbij niet uit een klein randgebied wordt geput maar uit het volledige corpus van het Nederlands:

inleving2De goede ondertitelaars, die zo dus werken, maken sprongetjes van brontaal naar doeltaal. Ze dienen geduldig en geconcentreerd te wachten tot dat gebeurt en ze invallen krijgen die goed voelen én de toets van de rationele, ambachtelijke controle achteraf doorstaan. De kwaliteit die goede ondertitelaars produceren is meestal hoog, ze produceren in de eerste plaats vlotte, goed bekkende, natuurlijke ondertitels. Omdat ze vaak in een flow van invallen raken en de spontaniteit van gewone taalgebruikers benaderen, hoeven ze bovendien maar weinig rationeel over hun vertaalomzettingen te dubben en kunnen ze snel werken, veel sneller dan een zich niet of niet goed inlevende ondertitelaar. Op de derde plaats blijken ze het allemaal heel leuk te vinden om dialogen en andere gesproken teksten als het ware na te spelen en hebben ze ook nog eens veel meer plezier in hun werk.[5]

 

Bottomline

Wat voor ondertitelaars geldt, geldt in grote lijnen ook voor literair vertalers, met dit belangrijke verschil dat het gebruik van standaardtaal, in ondertitels een vereiste, in literaire teksten doorgaans juist uit den boze is.

Dit betekent uiteraard dat het voor literair vertalers nog belangrijker is dan voor ondertitelaars om langs bovenbeschreven weg de hele Nederlandse taal te benutten in plaats van alleen maar gebruik te maken van dat tot verarming en vervlakking leidende randgebied.

 

[1] Vertalen wat er staat, p. 131-132, in de bespreking van een fragment van een Grass-vertaling.

[2] Interessant in dit verband is verder dat Langeveld in een interview met VertaalVerhaal over de titel ‘Vertalen wat er staat’ zei: ‘Het boek gaat er natuurlijk over dat je helemaal niet kunt vertalen wat er staat, het was een ironische titel, maar hij werd door velen letterlijk opgevat.’ Zie: http://bit.ly/1JQyywY

[3] Zie ook mijn stuk 4 oorzaken waardoor beginnende ondertitelaars betere vertalers worden, http://wp.me/p351Ow-e4 Hierin geef ik een definitie van ‘vertalerismen’: ‘door je intellect aangemaakte zogenaamde taaluitingen die in de Nederlandstalige werkelijkheid in de betreffende context door niemand gebezigd worden (behalve door slechte vertalers en ondertitelaars en, voor de grap, door eindredacteuren).’

[4] Veel dit aangaande wordt inzichtelijk als men hoofdstuk 15, ‘Opstandelingen tegen de taal’ leest in Maarten Steenmeijer, Schrijven als een ander, Amsterdam, Wereldbibliotheek 2015.

[5] Ik kan niet nalaten te vermelden dat ik het daarom onbegrijpelijk blijf vinden dat sommige ondertitelaars deze simpele natuurlijke methode niet toepassen, maar zichzelf en de kijkers blijven kwellen met Engerlands en allerlei ander taal-ongerief.

Opmerking: Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tags ‘literair vertalen’ en ‘ondertitelen’, deel gaan uitmaken van mijn ‘Cursus literair vertalen als herscheppende kunst’, die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.

Geplaatst in Literair vertalen, Ondertiteling | Tags: , , , , , | 1 reactie

Affiniteit!

In 1979, na mijn eersteling – een vertaling van een bundel essays van Philip Roth (1) – en daarna twee detectives om ‘het vak’ te leren, waarvan de tweede door de redacteur van dienst opeens ‘swingend’ genoemd werd, stond ik voor de keuze ‘Welk boek, welke schrijver nu?’ Het literair vertalen werd algemeen nog gezien als een ambacht pur sang, en benijdenswaardige collegae in de dop hadden dat uitstekend onder de knie leren krijgen op het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Ik had daar een maand of twee meegelopen en besefte dat ik ambachtelijk niet aan hen kon tippen. Alleen bij schrijvers die mij op het lijf geschreven waren, zo redeneerde ik, had ik met mijn gebrekkige ambachtelijke bagage kans het niveau van die onderlegde collega’s in de dop te benaderen.

Kurt Vonnegut was voor mij zo’n schrijver. Bij lezing van Breakfast of Champions had ik het idee dat de verteller een goede bekende van me was, wiens lijzige toon ik kon horen en helemaal aanvoelen – zoals hij de lezer gespeeld nonchalant en opgewekt meelokte in almaar verergerende beschrijvingen, of juist in geïdealiseerde fantasieën om de lezer daar dan zo’n beetje om de pagina met een bijna sadistisch genoegen (dat ik met hem deelde) uit wakker te laten schrikken, en zo te doordringen van de horror die in zo vele onschuldig lijkende toestanden en ontwikkelingen nu eenmaal schuilgaat. Zijn Bajesvogel (de niet door mij gekozen vertaling van Jailbird) werd mijn eerste volwaardige vertaling.

Hoe ironisch toch dat het destijds uit onzekerheid en ambachtelijke onvolleerdheid was dat ik dat allerbelangrijkste element van de kunst van het literair vertalen, de affiniteit met auteur en werk, zo zwaar liet wegen!

De broodvertaler en de vertaler-kunstenaar

Stel, een vakbekwaam literair vertaler krijgt een telefoontje van een uitgever: ‘Ik heb een prachtboek voor je. We zijn hier allemaal erg enthousiast en willen het zo gauw mogelijk uitbrengen. Wil jij het vertalen?’ De vertaler, die denkt aan zijn inkomenssituatie en aan het feit dat de uitgever niet blij zal zijn als hij het boek eerst wil lezen, laat staan als hij het boek zou weigeren, zegt: ‘Akkoord.’ ‘Zal ik het contract meteen meesturen?’ ‘Graag.’ En de vertaler, blij onder de pannen te zijn, gaat de volgende dag aan de slag. Al gauw blijkt dat het boek hem niet erg ligt waardoor het vertalen, ook na het altijd moeizame begin, moeizaam blijft gaan. Angstvallig en met veel pijn en moeite zorgt hij dat alles ambachtelijk door de beugel kan en weet hij ook aperte fouten te vermijden. Ondanks de hem opgelegde tijdsdruk ligt het tempo voor zijn doen laag en blijkt er voortdurend veel extra te moeten worden nagedacht en gecorrigeerd. De vertaling is na drie maanden bijna af. Soms is er een vonk van het origineel op hem overgeslagen, wat leidde tot een paar bevlogen zinnen, maar van iets als stijlspanning of suggestiviteit is verder vrijwel nergens sprake, de personages hebben geen eigen toon, het boek heeft geen eigen identiteit, geen eigen sfeer. Op veel plaatsen maakt de tekst een intellectualistische, vlakke indruk. Bijna elke zin heeft iets bedachts, iets kunstmatigs. Er ligt een grauwsluier over. De vertaler, die toevallig een instrument bespeelt – herkent deze moeizaamheid: hij speelt wel eens een stuk van een componist die hem niet ligt en het is dan net of de noten geen verbindingen met elkaar willen aangaan en iets doods hebben. Net zo komt ook deze vertaling vrijwel nergens tot leven. Hij beseft dat de vertaling niet goed is, dat er iets aan ontbreekt, en dat terwijl ze hem heel wat meer tijd heeft gekost dan even omvangrijke boeken die hem lagen. De hele periode dat hij eraan heeft gewerkt was hij er al ongelukkig mee, en nu heeft hij nog een naar gevoel achteraf op de koop toe. Dan, als het boek uitkomt, beleven de lezers vervolgens bij lange niet aan het boek wat een native speaker in de originele taal eraan beleeft. Kenners en andere literatuurgevoelige lezers voelen zich door de vertaling bedrogen, deskundige collega’s in adviescommissies maken er ergerlijke uren mee door: ze zijn ontevreden, maar kunnen alleen in subjectieve termen, ongeschikt voor rapportage, zeggen waarom, en gehouden als ze zijn aan de objectieve regels van het ambachtelijke moeten zij deze vertaling goedkeuren. De maker is prototype van de broodvertaler.

Stel nu dat een heel ander soort vertaler net zo’n telefoontje krijgt voor net zo’n boek. Het is iemand die al vroeg in zijn loopbaan lijstjes heeft gemaakt van schrijvers en boeken die geknipt voor hem zijn en die aan zijn uitgevers heeft overhandigd, die af en toe naar uitgevers stapt met voorstellen om bepaalde boeken te vertalen. Hij kiest er altijd voor een aangeboden boek te lezen en heeft al heel wat keren een boek geweigerd, wat de uitgevers van hem zijn gaan accepteren, mede omdat hij altijd uitlegt waarom: dat hij om een boek herscheppend te kunnen vertalen zich niet anders kan dan beperken tot boeken waarmee hij grote affiniteit heeft. Alleen dan kan hij een vertaling afleveren waar hij helemaal achter staat, eentje die de namen herscheppende literaire vertaling en kunstwerk verdient. Deze vertaler, gesteld dat het boek hem ligt en hij het erg goed vindt, zegt ja onder voorwaarde van een ruime tijdsperiode, in dit geval een half jaar, en gaat na diverse voorbereidende werkzaamheden langzaam en voorzichtig aan de slag. Na een half jaar nadert zijn vertaling voltooiing. Onder andere omdat hij voortdurend geduld heeft geoefend tot zijn geest zover was en hem vertaaloplossingen aanreikte, heeft hij tweemaal zo lang over het boek gedaan als eerdergenoemde broodvertaler. Het was boeiend, plezierig en begeesterend om de vertaling te maken, onder andere doordat de inspiratie van de auteur op hem oversloeg. Hij heeft er een prettig gevoel over en kijkt met genoegen om niet te zeggen een geluksgevoel terug op alle tijd die hij er in geïnspireerde toestand aan heeft besteed. Hij heeft, vooral doordat hij herscheppend heeft gewerkt en niet zoals dat heet ‘in het vertalen is blijven hangen’, weinig last van twijfels over de kwaliteit van zijn vertaling. Het boek heeft ook in vertaling een eigen sfeer, en de personages een eigen toon. Als het boek uitkomt, blijkt dat veel lezers blijken te vergeten dat ze een vertaling lezen. Ze kunnen zich aan het boek overgeven en het als kunstwerk ondergaan. Er springen tijdens het lezen regelmatig vonken over, ze voelen zich door de vertaalde versie geraakt en geïnspireerd als door een origineel. Kenners en andere literatuurgevoelige lezers genieten van het boek en zijn de vertaler dankbaar. Beoordelingscommissies worden van deze vertaling blij, de zorg en toewijding druipen ervan af, en ze denken: zo kan het dus ook! De maker is prototype van de herscheppende vertaler, de vertaler-auteur of kunstenaar-vertaler.

Tussen bovenstaande twee uitersten bewegen de literaire vertalers van Nederland zich, als het goed is dan – want vakbekwaamheid is de ondergrens of zou dat moeten zijn. Omdat vrijwel iedereen geld moet verdienen om te leven, zal vrijwel iedereen íets van de broodvertaler hebben. Aan de andere kant zal zelfs een doorgewinterde broodvertaler wel eens, onwillekeurig geïnspireerd, meer inspanningen leveren voor het onderhanden werk dan het honorarium rechtvaardigt en dan het ambachtelijke ontstijgen en íets hebben van de vertaler-kunstenaar. Het grote verschil tussen beiden is dat de broodvertaler aangeboden ‘klussen’ zonder meer aanneemt terwijl de vertaler-auteur dat strikt laat afhangen van zijn affiniteit met het aangeboden werk en de auteur.

De praktijk

Als het werk zo veel leuker en het eindresultaat zo veel beter is als je voor je eigen affiniteit met schrijver en werk kiest, hoe kan het dan dat er zo vaak níet voor de eigen affiniteit wordt gekozen? Het antwoord ken ik uit eigen ervaring, want ook ik heb de affiniteit niet altijd het zwaarst laten wegen. De verleiders die mij op het slechte pad brachten waren: geld, het ambachtelijke denken, en het voor-wat-hoort-wat-principe ten opzichte van de uitgever en de daaruit voortvloeiende angst om boeken te weigeren.

In je beginperiode als literair vertaler moet je soms misschien de hand lichten met de affiniteit, je dient immers ervaring op te doen, ‘het vak’ te leren, of liever: ambachtelijk doorkneed te raken. Maar als je zo vroeg mogelijk er al naar streeft je affiniteit te laten meewegen, kun je je er gaandeweg steeds meer door laten leiden, wellicht vaste vertaler worden van een of meer schrijvers die jou echt liggen, en zodoende niet alleen je leven enorm veraangenamen, maar ook veel beter werk leveren, en een mooi vertaaloeuvre opbouwen.

Boeken en schrijvers weigeren

Talent is altijd min of meer specifiek en dus beperkt, al is de ene vertaler ‘breder’ dan de andere. Wil je alles uit je talent halen en hou je je ook daarom zo veel mogelijk aan je affiniteit, dan ontkom je er niet aan aangeboden boeken te weigeren. Dat mag soms financieel nadelig lijken, op termijn komt het naar je toe. Alle mogelijke boeken aannemen is een enorme verspilling van talent en potentieel, ook omdat anderen, die er wél geknipt voor zijn, ze daardoor mislopen. Ik denk dat er veel vaker boeken en schrijvers geweigerd zouden moeten worden. Uitgevers zouden dat meer moeten respecteren, maar het is toch echt een verantwoordelijkheid van de vertaler zelf.

De eigen stijl versus de neutrale vertaler (2)

Bij de presentatie van Maarten Steenmeijers rijke verzameling opstellen Schrijven als een ander (3), ontstond discussie over de eigen stijl van de vertaler versus de neutraal werkende vertaler – waarbij de eerste niet anders kan dan zijn persoonlijke stempel op zijn vertalingen drukken, terwijl de tweede zijn persoonlijkheid totaal buiten zijn vertalingen weet te houden.

Het interessante is nu dat deze discussie, bij grote affiniteit van vertaler met auteur en diens werk, enorm aan belang verliest en zelfs kan vervluchtigen. Immers, naarmate de eigenaardigheden van de vertaler dichter bij die van de schrijver liggen, is de kans groter dat de vertaling in de buurt komt van wat ik zie als de ideale: een herschepping in de geest van de auteur.

Noten:
Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tag ‘literair vertalen’, deel gaan uitmaken van een cursus ‘Literair vertalen als herscheppende kunst’ die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.
(1) Philip Roth, Reading Myself and Others, vertaald als Lectuur van mijzelf en anderen, Amsterdam, Meulenhoff, 1977.
(2) Ik spreek liever over ‘eigen stijlen’, want de meeste literair vertalers beschikken, net als de meeste schrijvers, over een palet aan stijlen.
(3) Maarten Steenmeijer, Schrijven als een ander, Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2015.

Geplaatst in Literair vertalen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Twee leesgroepavonden over Evan S. Connells ‘Mrs Bridge’

mevrouwBridge

Toen de Kennemer Boekhandel in Haarlem me uitnodigde voor wat door de grote belangstelling twee leesgroepavonden bleken te worden over Evan S. Connells Mrs Bridge, waren we het erover eens dat het geen lezingavond moest worden met de vertaler hoofdzakelijk aan het woord. We besloten de deelnemende lezers centraal te stellen en aan de hand van hun leeservaringen in te gaan op vragen over schrijver, boek en vertaling.

Ondergetekende, de vertaler, zou als vervanger van de auteur fungeren. Als herscheppend vertaler ben je tot in de diepste lagen van een boek doorgedrongen en heb je het boek aan de hand van het origineel feitelijk in het Nederlands geschréven, in een proces dat grote overeenkomst vertoont met het schrijfproces. Daardoor kon ik vrijelijk praten over hoe hij en ik de lezer hebben bewerkt en zelfs gemanipuleerd, met welke bedoelingen hij en ik dit zus geschreven hebben en dat zo.

Beide avonden, onder leiding van Casper Luckerhof, waren geanimeerd, en heel verrassend, vooral door de vele uiteenlopende interpretaties. Connell bleek zelfs nog meer aan de lezer over te laten dan ik al dacht: Mrs Bridge maakt van alles bij verschillende lezers wakker. Voor de een is het humoristisch, voor de ander navrant of een mengeling van humoristisch en navrant, voor weer een ander is het pijnlijk, of een openbaring. En door de kloof tussen de Amerikaanse jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw en onze huidige tijd werkt het boek (en iedereen erkende dat zodra het geopperd werd) als een spiegel: kijk ons moderne mensen ons ego en ons eeuwig ‘ik vind’, hoe wij met onze kinderen omgaan en hoe we verder in het leven staan, en vergelijk met de mensen van toen, opgesloten in hun maatschappelijk muurvaste rolpatronen. Confronterend was de vraag: waren wij zoveel gelukkiger dan die welgestelde Amerikanen van toen?

Mede dankzij de terughoudendheid van zijn stijl en verteltrant bracht die altijd zo bescheiden gebleven Evan S. Connell dat allemaal teweeg: een bijzonder schrijver zorgde posthuum voor twee bijzondere avonden.

Casper achteraf:
‘Met Bartho Kriek heb ik in de boekhandel twee bijzonder leuke en drukke avonden gehad. Bartho kent Mr & Mrs Bridge door en door, en het was ontzettend leuk om te zien hoe iedereen op zijn eigen manier het boek heel intens beleefd had. De tussenvorm tussen lezing en leesclub werkte zeer verfrissend. Een aanrader voor elke boekhandel!’

Geplaatst in Literair vertalen, Literatuur | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen