Literair vertalen en het intellectuele misverstand

Inleiding

Literair vertalen werd tot voor kort algemeen beschouwd als een ambacht dat door ieder met enig talent viel aan te leren[1]. Men meende dat een beginnende literair vertaler niet meer hoefde te doen dan alle regels bestuderen en nauwgezet toepassen om tot excellente literaire vertalingen te kunnen komen. Een denkbeeldige, puur ambachtelijke literaire vertaler zou voortdurend fragmentjes origineel lezen, met zijn ratio alle regels erbij halen, zich strikt houdend aan diezelfde regels al redenerend tot een fragmentje proefvertaling komen en uiteindelijk telkens, welbewust en rationeel, zijn vertaalbeslissingen nemen en die ook kunnen verantwoorden.

Dit is het intellectuele misverstand uit de titel van dit stuk[2]. In deze rationele zienswijze ontbreekt sowieso ‘de inval’, een onontbeerlijke schakel. De ratio heeft om te gaan redeneren en beoordelen altijd minimaal de inval nodig, en de inval komt uit het oncontroleerbare, subjectieve onbewuste. Hieronder zal ik aangeven dat er nog veel meer gevoelsmatigs en intuïtiefs gebeurt in het herscheppende vertaalproces. De taal beweegt zich daarbij niet alleen voor, maar ook op, en ver over de grens tussen bewuste en onbewuste. Nog afgezien van het feit dat alle in de loop der tijd verzamelde vertaalregels, hoe nuttig ook, een zeer beperkte aanvulling zijn op wat het taalgevoel en in het verlengde daarvan het vertaalgevoel allemaal in het onzichtbare onbewuste van het vertalersbrein vermogen, is het eenvoudigweg niet denkbaar dat er ook maar één vertaald woordgroepje tot stand komt zonder inbreng van het gevoel, de intuïtie, het onbewuste.

Voor alle duidelijkheid: de ambachtelijke regels zijn een verworvenheid van het literair vertalen, het zijn brokstukken theorie, in het verleden door vertalers en vertaalwetenschappers ontwikkeld en, na beoordeeld te zijn als valide, tot regels gepromoveerd. Die regels vormen inmiddels een uitstekende bijdrage aan opleidingen literair vertalen (zoals grammatica’s een uitstekende bijdrage zijn aan taalopleidingen) en kunnen dienen ter bewaking van wat volgens mij als ultiem minimumniveau van literaire vertalingen zou moeten gelden, namelijk dat ze ambachtelijk in orde zijn (waarmee overigens niet bedoeld is foutloos; het blijft mensenwerk). Ongetwijfeld zal het collectieve arsenaal van ambachtelijke regels voortdurend verder uitgebreid worden, en literair vertalers dienen die regels uiteraard te omhelzen en in hun vertaalpraktijk mee te nemen. Maar wat we vooral niet moeten denken, is dat de regels alles zouden zijn, zoals wél het geval is bij een feitelijk ambacht. En we zouden dus ook niet meer moeten pogen, denken of pretenderen puur vanuit de regels te werken.

Het herscheppende vertaalproces en de rol van het ambachtelijke

Het heeft aantrekkelijke kanten om literair vertalen te beschouwen als een ambacht of vak. Je kunt dan zeggen dat je degelijk opgeleid bent, dat je keihard werkt, dat je net als timmerlieden en loodgieters recht hebt op een goede beloning enzovoort. Het is zelfs zo dat je als vertaler houvast in het ambachtelijke kunt vinden, waarbij het ambachtelijk adequate tot doel wordt. In het verleden hebben we gezien hoe het ambachtelijke van absolute ondergrens hier en daar zelfs is geëvolueerd tot kwalitatieve bovengrens. Dit geeft al aan dat de opvatting ‘literair vertalen is (puur) een ambacht’ de beroepsgroep in het verleden veel schade heeft gedaan.

De werkelijkheid is dat de herscheppende literair vertaler het intellect in eerste instantie zoveel mogelijk buitenspel zet, wat extra moeilijk is door het arsenaal aan ambachtelijke omzettingen waarover hij met zijn ervaring beschikt. Hij dient elke intellectuele beheptheid af te leggen en er zo ontspannen, onbevangen en geconcentreerd mogelijk voor te gaan zitten, zodat het literaire vertaalproces, op de vingerbewegingen van het typen na, zoveel mogelijk vanzelf gaat – het zijn dan uitsluitend zijn grijze cellen die, onwillekeurig en spontaan, overuren maken.

Dit is nog altijd een zeer oppervlakkige beschrijving. Hoe het literair vertaalproces dan precies verloopt, is niet makkelijk uit te leggen, o.a. omdat we het niet precies kunnen weten. Ik heb het in vier recent gepubliceerde opstellen proberen te demonstreren[3], en zal het hier verder slechts omschrijven.

Voor een herscheppende literair vertaler is niet het intellect het primaire gereedschap, maar het onbewuste, het instinct, de intuïtie, de creativiteit, net als bij een schrijver of welke kunstenaar dan ook. Het intellect wordt vooraf, tussendoor en achteraf benut om research te doen, om al of niet in samenspraak met de intuïtie vertaalbeslissingen af te keuren of door te laten (goedkeuren kan het intellect niet omdat het daartoe de artistieke bevoegdheid mist), om de eigen redeneringen welbewust los te laten (wat het intellect uiteraard niet op eigen houtje kan) zodat nieuwe invallen kunnen plaatsvinden, om deze weer aan de intuïtie ter goedkeuring voor te leggen (we spreken dan bijvoorbeeld van ‘op de tong proeven’) en ze vervolgens al of niet toe te laten enzovoort in het eeuwige heen-en-weer tussen intellect en onbewuste. Korter gezegd: de vertaler leeft zich in in het origineel, laat in een proces dat wel wat wegheeft van brainstormen toe wat uit zijn onbewuste opborrelt, en beoordeelt telkens achteraf met het intellect of de opgeborrelde variant om een of andere reden niet toch moet afvallen. Meestal is het creatieve deel van het proces positief (de invallen) en het rationele, ambachtelijke negatief (bijv. ‘dit is daarom niet goed, ik moet wachten tot er iets beters bij me opkomt’). Ieder kan gemakkelijk bij zichzelf nagaan hoe het in zijn werk gaat: een vrijwel identiek proces vindt immers plaats als we gewoon met elkaar praten, spontaan vanuit het onbewuste maar op subtiele wijze voortdurend controlerend met de ratio. Ook het schrijfproces werkt zo, en de literair vertaler kan misschien nog het beste beschouwd worden als een schrijver met een origineel als houvast en leidraad.

Literair vertalen is herscheppende kunst

Literaire werken zijn kunstwerken. In en door deze kunstwerken wordt oneindig veel meer uitgedrukt, gebeurt oneindig veel meer, dan de altijd relatief oppervlakkige intellectuele beschouwing of taalkundige beschrijving ooit aan het licht zal kunnen brengen. Net als bij andere kunstwerken onttrekt de werking ervan zich grotendeels aan het rationele begripsvermogen. Literaire werken zullen zich dan ook niet door het intellect in kaart laten brengen en langs die weg in een andere taal reproduceren. Literaire werken kunnen alleen goed in een andere taal overgebracht worden via een proces van herschepping, met alle subjectiviteit, rationaliteit en oncontroleerbaarheid vandien.

De vergelijking met de muziek en de uitvoerende musicus is een inzichtelijke[4]. De muziek, die gebruik maakt van onze toonsystemen en zoiets natuurlijks als geluid, is grotendeels gevrijwaard gebleven van de imperatief van de discursieve rationaliteit. Bij de muziek treffen we een situatie aan die we bij de literatuur en bij het literair vertalen hersteld zouden willen zien. Stel je voor dat musici en muziekcritici het ambachtelijke misverstand zouden omhelzen: een uitvoerend musicus die gaat zeggen dat hij puur ambachtelijk werkt, d.w.z. precies op de juiste, door de componist aangegeven momenten de tonen aanslaat, de dynamiek van een compositie puur rationeel uitvoert, met andere woorden, als een boekhouder of een soort automaat – we beseffen allemaal dat dat totaal absurd is en dat op dergelijke wijze uitgevoerde muziek onmogelijk recht kan doen aan het werk. Geen mens denkt dat als iemand alle ambachtelijke kanten van het cellospelen onder de knie heeft, hij of zij een excellent cellist is. Niemand denkt dat als een saxofonist alle licks leert die er ooit gespeeld zijn, hij zal kunnen spelen als een John Coltrane. Geen uitvoerend musicus zal zichzelf ooit ‘vakbekwaam’ of ‘volleerd’ noemen. En geen zichzelf respecterend musicus zal werk uitvoeren van componisten met wie hij geen affiniteit[5] heeft. Het talent, de toewijding, de beleving, de zeggingskracht, de drang tot communiceren van het normaal niet-communiceerbare, al die zaken die we misschien kunnen samenvatten met de term ‘het kunstzinnige’, is en blijft bij muziek de hoofdzaak. En precies zo zou het moeten zijn bij het literair vertalen.

De schadelijkheid van het oude paradigma

Het oude paradigma van literair vertalen als puur een ambacht heeft misschien nog steeds aanhangers, al lijkt het mij waarschijnlijker dat veel literair vertalers – net als ikzelf tot voor kort – dit oude paradigma onbewust lippendienst bewijzen maar in werkelijkheid ‘gewoon’ herscheppende vertalers zijn. Soms lijkt het oude paradigma, verleidelijk als het is, er weer in te sluipen – de vertaler kan een beoordeling door de beursverlenende instantie in gedachten gaan houden, hij kan menen zijn vertaalkeuzes te kunnen verantwoorden[6], beoordelaars kunnen zich beperken tot het ambachtelijke en tot een keurig verantwoord oordeel komen, en vertaalcritici kunnen er de zo vaak volkomen ten onrechte nagestreefde objectiviteit mee pretenderen. En verder is er natuurlijk de kwalitatieve schade als het ambachtelijke van absolute ondergrens tot kwalitatieve bovengrens wordt, een punt dat ik al eerder aanstipte.

Opdeling in ambachtelijk en herscheppend

Hoewel in de praktijk van het literair vertalen het ambachtelijke en het herscheppende in elkaar overlopen en met elkaar vervlochten zijn[7], zou het volgens mij goed zijn om het literair vertalen in opleidingen, bij beoordelingen ten behoeve van beurzen, in de literaire vertaalkritiek en in het denken over literair vertalen, op te delen in een ambachtelijk deel en een herscheppend deel. Het ambachtelijke, zoals bijvoorbeeld behandeld in Langevelds Vertalen wat er staat, is voor mensen met aanleg aan te leren en omvat in feite alle intellectuele kennis over literair vertalen in de vorm van regels waar vertalingen aan dienen te voldoen. Het herscheppende, kunstzinnige omvat zaken als talent, affiniteit, toon en stijl, dictie, suggestiviteit, diepere werking, tover, kortom, allemaal in grote mate subjectieve, niet-wetenschappelijk-controleerbare zaken, waarover de meningen dus kunnen verschillen.

Door zo’n scheiding aan te brengen wordt het enerzijds mogelijk om aan te geven of een vertaling boven de kwalitatieve ondergrens uitstijgt, en anderzijds om aandacht te geven aan die zo kwetsbare, onmogelijk te objectiveren, maar essentiële en allerbelangrijkste andere kant van het literair vertalen: het artistieke of kunstzinnige. En passant zouden we dan voortaan het misverstand vermijden dat een louter vakkundige literaire vertaling een geslaagde zou kunnen zijn, en gunnen we niet in de laatste plaats de literaire vertaalkritiek die die naam verdient dan eindelijk de subjectiviteit die voor haar een sine qua non is en zonder welke ze zich steevast verliest in de onzinnigheden van de schijnobjectiviteit.

Noten

[1] In Langeveld, Vertalen wat er staat, dat al jaren beschouwd wordt als handboek van het literaire vertalen staat op p. 11 letterlijk: ‘mits enige aanleg aanwezig is’.

[2] Als je er goed over nadenkt, is dit intellectuele misverstand van dezelfde orde als het idee dat iemand, die schrijver of dichter wil worden, alleen maar Lodewicks Literaire kunst goed hoeft te bestuderen om, mits enige aanleg aanwezig, schrijver of dichter te worden.

[3] Hoe ik aan een vertaling begin – 1, http://bit.ly/1fTDA80 Hoe ik aan een vertaling begin – 2, http://wp.me/p351Ow-fF Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg en Optimale overgave aan het onbewuste, http://wp.me/p351Ow-g1

[4] Dit geldt uitsluitend bij benadering. Een precieze correspondentie is er niet en beoog ik hier dus ook niet weer te geven. Dat zou maar weer meer intellectueel misverstand betekenen.

[5] Zie mijn opstel Affiniteit!, http://wp.me/p351Ow-ha

[6] Tot voor kort hanteerde ik achter in sommige van mijn vertalingen de term ‘Verantwoording’, wat maar weer illustreert hoe hardnekkig het oude, ambachtelijke denken is. Onlangs kon ik de term door een herdruk achter in Absalom, Absalom! door ‘Toelichting’ vervangen, en een zucht van opluchting slaken. Je moet er ook niet aan denken dat je je ambachtelijk over je vertaling zou moeten laten bevragen terwijl de miljoenen overwegingen en afwegingen van het vertaalproces in de verste verte niet meer zijn terug te halen. Bij de vraag ‘Waarom heb je dat en dat zo en zo vertaald?’ kan de literair vertaler misschien nog het beste zeggen: ‘Al sla je me dood, dat weet ik niet meer.’

[7] Zie mijn stuk Herscheppende ambachtelijkheden, http://wp.me/p351Ow-gg

 

Opmerking: Dit opstel zal, net als diverse andere die al op dit weblog staan en te vinden zijn via de tags ‘literair vertalen’ en ‘ondertitelen’, deel gaan uitmaken van mijn ‘Cursus literair vertalen als herscheppende kunst’, die ik in de loop van dit jaar via mijn website beschikbaar hoop te stellen.

Advertenties

Over Bartho Kriek

Ik ben schrijver en literair vertaler, en geef cursussen ondertitelen in binnen- en buitenland.
Dit bericht werd geplaatst in Literair vertalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s